Schilderwerk schepen
Om redenen van onderhoudsgemak en duurzaamheid wordt de markering van de politieschepen grotendeels geschilderd met uitzondering van het politielogo, de boegcijfers, het dakcijfer en de naam van de thuishaven. Deze worden aangebracht met plakfolies.
De romp van het schip is altijd blauw geschilderd, het stuurhuis altijd wit. De vlakke dekdelen zijn grijs gehouden om een overdadige reflectie van zonlicht te voorkomen, met uitzondering van het dak van het stuurhuis dat wit is. Om uitglijden op het dek te voorkomen kan ook een donkergrijse anti-slip laag worden aangebracht.
Alleen op de zijkanten van de opbouw van het stuurhuis, wordt de diagonale striping geschilderd die een hoek van 40 graden met de horizon maakt. Deze fluorescerende roodoranje diagonalen beginnen aan de voorkant op de rand van het zijvlak van het stuurhuis en/of de onderrand van de ramen. De laatste fluorescerende roodoranje diagonaal eindigt op, of voor het midden van het stuurhuis. De breedte van een diagonaal is gerelateerd aan de totale lengte van een schip (zie schema). Er wordt gewerkt met modulen van 118 cm breed (haaks op de lengterichting van de diagonaal gemeten).
De opboeiing van het schip wordt in zijn totaal geschilderd met blauw-witte diagonalen, beginnend vanaf het midden van de voorzijde. Als een schip geen opboeiing heeft vervallen de blauw-witte diagonalen.
Plakwerk schepen
Naast het schilderwerk worden de schepen voorzien van logo´s, boegcijfers, dakcijfers en de naam van de thuishaven, die worden gesneden uit niet-retroreflecterende plakfolies (zie schema).
Het logo
De grootte van het toe te passen logo is afhankelijk van de beschikbare ruimte. Er wordt uitgegaan van een logo waarvan de letterhoogte (kapitaalhoogte) 75 mm is. Deze kapitaalhoogte kan worden vertwee-, verdrie- of verviervoudigd, of indien nodig nog verder in de reeks worden vergroot.
Dakcijfers
De dakcijfers, die blauw zijn en op de witte bovenkant van het stuurhuis worden aangebracht, beginnen bij een kapitaalhoogte van 600 mm. Deze kunnen met 150 mm of een veelvoud daarvan worden vergroot. De dakcijfers worden aangebracht voor identificatie van schepen vanuit de lucht.
Boegcijfers
De boegcijfers, die zoveel mogelijk links van het anker worden geplakt, beginnen bij een (minimale) kapitaalhoogte van 150 mm. Ook de boegcijfers kunnen worden vergroot, in stappen van 150 mm, afhankelijk van de beschikbare ruimte op het schip.
Regionaam of thuishavennaam
De regionaam of de thuishavennaam heeft een kapitaalhoogte van 75 mm of 150 mm, afhankelijk van de beschikbare ruimte, en wordt geschreven met beginkapitaal en onderkast. De plaats is op de achterkant van het schip, op de spiegel aan stuurboordkant, dus rechts van het midden. De naam staat ruim boven het wateroppervlak, op 2/3 boven de waterlijn.
Schilderwerk
Voor het schilderwerk van de kleinere metalen politieschepen gelden dezelfde voorschriften als voor de grote schepen: blauwe romp, wit stuurhuis en fluorescerend roodoranje diagonalen die onder een hoek van 40 graden op de linker- en rechterzijde van het stuurhuis worden aangebracht.
Doordat er onder de ramen van het stuurhuis weinig ruimte is zijn de diagonalen verder naar achteren verschoven. De breedte van de diagonalen is evenals bij de grote schepen gerelateerd aan de totale lengte van de romp van het schip. Omdat dit model geen opboeiing heeft vervallen de blauw-witte diagonalen op de voorkant.
Plakwerk
Het plakwerk van de boegcijfers, dakcijfers, naam van de thuishaven, de regionaam en het logo is ook hier op het modulen-systeem gebaseerd volgens eenheden van 75 mm.
Door gebrek aan ruimte op het stuurhuis is het logo hier op de zijkanten van de romp geplakt in een diapositieve versie: een wit woordmerk en een goud beeldmerk. Deze variant van het logo wordt op schepen uitsluitend gebruikt als op het stuurhuis geen ruimte is voor het logo. Het politielogo op de schepen heeft geen extra contour en is niet retroreflecterend.
